woensdag 28 januari 2015

Ruimte voor verschil

De laatste weken sluit ik me steeds meer af voor zorgnieuws. Mantelzorg, ouderenzorg, machtswellustige zorgverzekeraars.... ik voel me machteloos bij zoveel negatief geweld en wil er even niets meer mee te maken hebben. Ik probeer me te richten op de gewone dingen van het leven en was mijn ramen en gordijnen. Toch moet ik die avond naar een tehuis waar demente bejaarden wonen om te spreken over mantelzorg. Om het gesprek aan te gaan met mantelzorgers en zorgmedewerkers over 'samen dingen doen'. Met enige tegenzin rijd ik naar Helmond. Een hoofd vol weerzin en vooringenomenheden, me afvragend waar ik eigenlijk mee bezig ben. Als ik 's avonds laat naar huis rijd weet ik het weer.....


Geen urine
Ter voorbereiding hebben Marjo Brouns en ik in november een heel plezierig kennismakingsgesprek met een delegatie van de projectgroep die de samenwerking tussen medewerkers en familieleden van bewoners (mantelzorgers) wil verbeteren. In die projectgroep zitten zowel medewerkers als mantelzorgers. Ine, leidinggevende van de twee afdelingen die in de pilot betrokken zijn, is een zeer betrokken gastvrouw. Carol is de hartelijke adviseur vrijwilligers en mantelzorg. We spreken af dat Marjo en ik een inleiding houden, waarna medewerkers en mantelzorgers in gemengde samenstelling in kleine groepjes een aantal stellingen zullen bespreken. Na afloop van het kennismakingsgesprek vraagt één van de mantelzorgers of ik zin heb om even te kijken in de woonunit van haar moeder. Ik kan er niets in herkennen van hoe de situatie in de Nederlandse verzorgingshuizen op dat moment in de media wordt afgeschilderd. Hier ademt alles rust, reinheid en regelmaat. Ik heb er zin in om op 27 januari te komen spreken.


Verharding
In de tijd tussen het kennismakingsgesprek en de bewuste avond is de landelijke 'zorgcrisis' gegroeid. Ook is de kijk op 'vreemde mensen' aangescherpt door de terroristische aanslagen in Parijs. Ik merk dat het me toch beïnvloed, ook al wil ik dat niet. Opeens ga ik ook de verschillen tussen Amsterdammers en Groningers zien. Tussen mezelf en die Brabanders in Helmond waar ik die avond naartoe moet. Die Brabanders met hun grote gezinnen, hun gezelligheid, hun indirecte communicatie. Jeetje... wat moeten ze eigenlijk met een Groninger zoals ik? Wat heb ik daar te zoeken? En dan die zorg en dat gedoe met die bezuinigingen. Ik wilde er toch even niets meer mee te maken hebben?  Wat moet ik in vredesnaam in zo'n psycho- geriatrische instelling? Gelukkig heb ik van tevoren nog telefonisch contact met Carol en ook het Limburgse accent van Marjo doet mijn negatieve stemming enigszins verzachten.


En dan....
Om half zeven verzamelen we ons met alle gespreksleiders om nog één keer het programma voor de avond door te nemen. Ine en Carol hebben alles tot in de puntjes voorbereid. Marjo en ik nemen nog even door wat we zo ongeveer gaan vertellen en dan gaan we naar de zaal. Zo'n 70 mensen, mantelzorgers en medewerkers, hebben zich verzameld. Koffie, een gebakje.... de sfeer is warm en gemoedelijk. Teammanager Ine heet iedereen welkom en Marjo en ik doen ons verhaal. Daarna verspreidt iedereen zich over de verschillende gesprekstafels. De flapover ligt klaar. Als gespreksleider vraag ik iemand om hier aantekeningen op te maken. De jonge vrouw, ik noem haar Sira, met prachtige hoofddoek, meldt zich enthousiast om te schrijven. We buigen ons over de vraag: 'Wat hebben we elkaar te bieden?'. "We moeten elkaar serieus nemen", is het eerste wat geopperd wordt. Sira begint te schrijven. 'Siriejoes nemen' schrijft ze, en ze vraagt aan haar buurvrouw om haar te helpen het woord 'serieus' goed te schrijven. Het leidt af van het gesprek en even denk ik.... dit wordt niks met dat schrijven, wie zou het over kunnen nemen?,  maar gelukkig slik ik het in. We besluiten met elkaar dat het niet perfect hoeft. Ze gaat verder.... ze heeft er duidelijk moeite mee het gesprek te volgen en te schrijven tegelijk, maar het doet er niet toe. Tegelijkertijd vertelt ze hoe er op haar afdeling oud Hollandse kinderliedjes worden gezongen. "Thuis oefen ik die liedjes met mijn kinderen", zegt ze. De jongste is twee.... Ik zie het voor me. Een Somalische moeder die met haar in Nederland geboren kinderen oud Hollandse kinderliedjes zingt.... Over inburgering gesproken. Sira is duidelijk trots. Trots op haar werk als verzorgende, trots op zichzelf.... en (schrijf)fouten maken mag. Geweldig, ik word er helemaal blij van.


Openheid
De vier mantelzorgers aan mijn tafel zijn al even trots en tevreden. Ze ervaren dat ze welkom zijn in het tehuis. Dat ze hun gang mogen gaan in het helpen. Dat initiatieven als samen koken, of andere dingen doen, op prijs worden gesteld. Afstemming tussen mantelzorgers en medewerkers lijkt bijna vanzelf te gaan. Alles ademt een sfeer van openheid. Ook dingen die niet kunnen, of niet goed vallen kunnen worden benoemd. Er is nog een medewerker met een duidelijk buitenlands accent. "Soms moet je mantelzorgers ook tegen zichzelf beschermen", zegt ze liefdevol. "Ik stuur wel eens een dochter weg als ik zie dat ze het eigenlijk niet meer aan kan". Als ik zie hoe respectvol er aan deze tafel tussen mantelzorgers en medewerkers gecommuniceerd wordt, dan geloof ik dat er inderdaad goed op dat 'wegsturen' wordt gereageerd. Eén mantelzorger geeft aan dat ze het zo jammer vindt dat er minder activiteitenbegeleiding wordt gegeven omdat ze het zo leuk vond om dat samen met de activiteitenbegeleidster te doen. Ze biedt vervolgens aan om zelf activiteiten met bewoners te gaan doen als er mensen zijn die dat samen met haar zouden willen oppakken. En zo ontstaat het idee voor het plaatsen van dergelijke oproepen op het prikbord op de afdeling.
Ik ben verrast over de uiterst positieve houding van deze mensen en de bereidheid elkaar te helpen.
Toen Sira tot besluit alles moest samenvatten in één zin zei ze: 'Goed naar elkaar luisteren'.


Verstaan...
In de pauze kwam de andere vrouw met buitenlands accent naar me toe. Ik vroeg waar ze vandaan kwam. Ze vertelde hoe ze zo'n 25 jaar geleden met haar man uit Afghanistan naar Rusland vluchtte. Dat ze daar na twee jaar haar rechtenstudie beëindigde toen haar kinderen geboren werden. En... hoe ze op haar 23e weduwe werd omdat haar man werd neergeschoten... met twee piepjonge kinderen. Met twee kleine kinderen kwam ze naar Nederland en volgde hier een zorgopleiding. "Ik vind het zo mooi om met mensen te werken op deze manier. Dit geeft me het gevoel iets goeds voor mensen te kunnen doen". Ik vroeg haar of het cultuurverschil soms geen probleem is om mensen met dementie die teruggrijpen naar hun verleden te begrijpen. "Nee, ik communiceer vooral vanuit mijn gevoel", vertelde ze, "dan maakt het niet meer zoveel uit dat ik niet alles weet".


Taal van het hart
Mijn avond kan niet meer stuk. Hier krijg ik in een notendop gepresenteerd hoe mensen zich met elkaar kunnen verbinden. Of ze nu mantelzorger zijn of beroepskracht, of ze nu dement zijn of uit Afghanistan of Somalië komen, of ze nu Brabander of Groninger zijn.... hier spreekt de taal van het hart. En de ruimte daarvoor wordt geboden door teammanager Ine die alle medewerkers en familie bij naam kent, die haar team betrekt in waar ze mee bezig is. Die mensen de ruimte biedt om te leren, om mens te zijn. In zo'n omgeving is er ruimte voor verschil. En dat is waar het mij om gaat.





donderdag 8 januari 2015

Willen we eigenlijk wel vrijheid van meningsuiting?

Aanslag op de journalisten van Charlie Hebdo, makers van een satirische tijdschrift. Het wordt gezien als een aanslag op de vrijheid van meningsuiting. Een dag later overal demonstraties. Gelukkig ook veel Moslims die zich laten horen. Maar..... de klokkenluider in mij geeft een ander geluid. Die roept van 'symboolpolitiek' en ik zal uitleggen waarom.


Veiligheid ten koste van alles!!
Het was 11 september 2001 toen de wereld wakker werd door de vliegtuigen die door zogenaamde islamterroristen in hét symbool van de westerse suprematie, het WTC in New York werden gevlogen. De verontwaardiging wereldwijd was groot, de roep om strengere veiligheidsmaatregelen nog groter. Mijn gedachte: Nu worden we als westerse wereld gevangenen van onze eigen suprematie. Ze hadden ons in het hart getroffen en.... ik begreep het dat ze dat deden. De arrogantie van de macht, de arrogantie van de democratie met vrije marktwerking als ultieme vorm van vrijheid. De manier waarop dit systeem ook over de rest van de wereld moest worden verspreid... wat een onrecht doet dat aan al die andere manieren van samenleven, van andere geloven. Ook in mij riep dat weerstand en machteloosheid op.
Ik durfde dit na 9/11 niet te zeggen. Bang dat ik al die mensen die riepen om meer veiligheid over me heen zou krijgen, bang dat de veiligheidsdienst me zou gaan volgen. Na een week durfde ik het aan... ik schreef een brief die werd geplaatst in de NRC. Na maanden durfde ik ergens te zeggen dat ik het wel begreep die terroristen... en ik wilde iedereen oproepen om kennis te nemen van 'geweldloze communicatie' volgens Marshall Rosenberg.
De jaren daarna zagen we de veiligheidsmaatregelen toenemen. We bouwden onze eigen gevangenis en de wereld werd er zeker niet veiliger op.


Mijn klokkenluider
Vrijheid van meningsuiting? Waar gaat dat eigenlijk over? Zodra je lid wordt van een politieke partij hoor je de mening te verkondigen van het partijprogramma, zo niet... dan ben je dissident. Ik heb een werkgever verlaten omdat mijn ideeën niet pasten bij die van de directeur. Mijn collega's adviseerden me al na een maand dat ik er werkte, om te zwijgen, na vier maanden werd me de mond gesnoerd en kon ik vertrekken. Korter geleden was ik lid van Mezzo de belangenvereniging van mantelzorgers. Als lid van de ledenraad werd me ook daar gevraagd mijn mond te houden. Ik ben opgestapt en werd 'Sprekende mantelzorger'. Nee, ik laat me de mond niet meer snoeren. Wél kies ik er af en toe zelf voor om iets niet te zeggen, gewoon om geen nodeloze onrust te creëren, om mensen niet onnodig te kwetsen. Ik noem dat respect hebben voor de ander. Hoeveel mensen zijn er niet die hun mond houden omdat ze bang zijn hun baan te verliezen? Hoezo vrijheid van meningsuiting?


Machteloos
Mijn schoonmoeder is een Amsterdamse en ze vindt zichzelf recht voor de raap. Ik vind dat ook en ik vind haar soms heel kwetsend. Als ik daar wat van zegt, zegt ze dat Amsterdammers nu eenmaal zo zijn en dat dat dus normaal is. Ik ben Gronings, ben ook vrij rechtuit maar toch heb ik soms geen ander weerwoord op mijn schoonmoeder dan weglopen. Machteloos.
Ooit had ik een collega die me vol misprijzen 'omaatje' noemde als ik iets zei wat hem niet paste. Hij wist me daarmee behoorlijk te raken, ik had er geen weerwoord op. Op een goed moment voelde ik me zo getergd dat ik hem een klap in zijn gezicht gaf. Ik schrok van mezelf. Ik kreeg meteen een klap terug en kon alleen nog maar huilend weglopen. Hij heeft nooit zijn excuses aangeboden voor zijn beledigende 'omaatje', nee ik was fout want ik had hem geslagen.

Ik zag vandaag op Twitter een stukje van Robert Long voorbij komen:
De zender, een journalist, noemde het een prachtig voorbeeld van hoe het hoort. Woorden als bommen in plaats van echte bommen. Ik snap dat, maar als ik niet van de woorden ben, geen journalist, geen politicus dan is dit een ongelijke strijd. Ik probeerde hem daar de ogen voor te openen, het perspectief van de 'terrorist' te laten zien. Ik dacht dat dat journalistiek was. Hij stond er niet echt voor open, we kregen het over de intentie van de bomwoorden en tekeningen. Maar ja, wat is dan de juiste intentie? Ik suggereerde:

 @vanderzande Misschien moeten we juist wel allemaal hartjes gaan tekenen en het goede nieuws vertellen om het kwaad te bestrijden!



Vanuit Den Bosch komt die avond het volgende bericht:


In het stadhuis van @shertogenbosch hangt deze uitspraak, past volgens burgemeester perfect bij bijeenkomst pic.twitter.com/DnL4ayeO1Y



Wat geven we op voor vrijheid?

Volgens mij moeten we eens over die arrogantie nadenken waarmee we dit wapen van het woord zo als hoogste goed zien.
Voor mij ligt hier de wortel van het  kwaad en ook de mogelijkheid voor een begin van VREDE.
Wanneer gaan we zien hoe we onze eigen vrijheid beperken door de suggestie dat vrijheid van meningsuiting het hoogste goed is?
Gaat het er niet om HOE we de dingen zeggen in plaats van WAT we zeggen?