vrijdag 21 februari 2014

Autonoom?

Vorige week gaven we een aantal gastcolleges aan 2ejaars studenten aan de Hogeschool Rotterdam. Een studente herkende in ons verhaal het belang van het versterken van de autonomie van de patiënt/cliënt en diens naasten. Ze vertelde dat ze in de opleiding leerden zich te richten op die autonomie, maar dat de praktijk in stages al weerbarstig was gebleken. "Je hebt het veel sneller even zelf gedaan, dan dat je patiënt helpt het zelf te doen". Die tijd is er gewoon niet. Ook merkte ze dat de ervaren zorgprofessionals met wie ze in hun stage moeten samenwerken, graag vasthouden aan hun eigen manier van werken. Allemaal heel begrijpelijk, maar het creëert gemakkelijk een afhankelijke cliënt en naasten, die niet meer weten wat ze eigenlijk zelf nog kunnen.


Afhankelijkheid sluipt er in
Ik heb een grote behoefte de dingen zelf te kunnen en zo min mogelijk afhankelijk te zijn van anderen, instanties of apparatuur. Een navigatiesysteem in de auto heb ik zo lang mogelijk buiten de deur gehouden, tot de invloed van manlief té groot werd. Ik oefen nog steeds om het zonder te kunnen, maar merk dat de onzekerheid in me sluipt. Was het nu wel deze weg links of toch daarginds pas? Zal ik toch voor de zekerheid maar even de navigatie aanzetten? Eerder had ik die twijfel misschien ook wel, maar ging ik toch meer op mijn gevoel af. Dat bleek slechts maar een enkele keer tot een ommetje te leiden. Dat niet meer vertrouwen op mijn eigen 'kompas' vanwege 'gehechtheid' aan zo'n navigatiesysteem... ik voel de afhankelijkheid in mijn eigen systeem sluipen en dat wil ik niet.


Je mannetje staan
Vandaag... ik zie de auto in de schuur staan. Lekke band! "Je moet die band eraf halen en even naar de buurman brengen om hem na te laten kijken", zegt manlief vanuit zijn rolstoel. Oké. Ik heb wel eens iets gehoord over slotbouten en weet dat er een krik in de achterbak ligt. Ik ga op zoek. Ik weet dat ik het kan. Niet omdat ik ooit eerder een lekke band heb gehad maar omdat ik na het behalen van mijn rijbewijs (ruim 30 jaar geleden) de auto van mijn vader mocht gebruiken als ik hem eerst liet zien dat ik een band kon verwisselen. Dus het is nu meer dan 30 jaar geleden dat ik met een krik in de weer ben geweest, maar ik heb het gevoel dat ik het kan, want toen kon ik het ook. Destijds vond ik het onzinnig dat mijn vader dat eiste, je had toch de Wegenwacht die in geval van nood zou kunnen helpen? Dat was ook zo, maar blijkbaar ging het effect van die eis van mijn vader verder. Het droeg bij aan mijn zelfvertrouwen. Aan het gevoel in 'lastige' situaties mijn mannetje wel te kunnen staan.


Zelfvertrouwen
Ondertussen leeft mijn vader al lang niet meer. Ik heb in mijn leven ondertussen verschillende situaties meegemaakt waarbij het er om spande. Telkens weer wist ik mezelf te 'redden' omdat ik 'mijn mannetje' stond. Elke situatie die ik overwon versterkte mijn vertrouwen in eigen kunnen. Het is een versterkend fenomeen. Hoe meer je aan blijkt te kunnen, hoe groter het vertrouwen in jezelf en hoe meer je weer aan kunt. Het brengt mij veel.


Wat nu als mijn vader had gezegd: "Als je een lekke fietsband hebt kom ik je wel ophalen"? Ook mijn fietsbanden moest ik namelijk zelf repareren.
Ik ben mijn vader dankbaar dat hij me leerde het zelf te kunnen. Want ik durf en kan nu veel meer aan dan hij me leerde. Omdat ik op mezelf leerde te vertrouwen. De 'aanvallen' op dat zelfvertrouwen komen nog steeds van alle kanten. Bijvoorbeeld van mensen of instanties die denken te weten wat goed voor me is. Maar ik zal ze afslaan zolang ik kan. En soms ben ik vooral zelf mijn grootste 'vijand'.
 


.

woensdag 5 februari 2014

Wie is er de baas bij zorg thuis?

Deze week ben ik al twee keer een soort van mediator geweest in 'probleem thuiszorgmedewerker-mantelzorger'. In beide gevallen een 'betrokken' mantelzorger en een thuiszorgmedewerker met een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Er ontstaat ondanks 'zorgplan' strijd over hoe het wel of niet moet. De mantelzorger is de strijd beu en overweegt de thuiszorg op te zeggen, maar voelt zich ook afhankelijk. "We kunnen het eigenlijk niet alleen." De thuiszorgmedewerker zit in een 'machtspositie'. Maar waar was het uiteindelijk om begonnen?


De aanleiding voor beide vragen is mijn column in het tijdschrift Zorg+Welzijn met de titel: 'Traplopen? Dat bepaal ik zelf!' In die column vertel ik hoe manlief 'de strijd' aangaat met de fysiotherapeut die hem verbiedt de trap op te lopen en opdraagt ons bed naar beneden te verhuizen omdat zij niet op haar geweten wil hebben dat hij van de trap valt. Manlief ziet dat als zijn eigen verantwoordelijkheid en ... na enige woorden staat het bed nog steeds boven en manlief loopt trap.


Vraag van thuiszorgmedewerker
Eerst kreeg ik een vraag van een thuiszorgmedewerker of ik haar als onafhankelijke buitenstaander kon adviseren hoe om te gaan met een lastig conflict met mantelzorger en cliënt. Het echtpaar wilde zo gewoon mogelijk blijven wonen en wenste hun woonsituatie niet aan te passen aan de eisen van de thuiszorg. Ze hadden zoiets van: dit is ons huis en ons leven, jullie komen hier maar even om te helpen, wij leven hier dag in dag uit. Daarmee hadden ze natuurlijk wel een punt. Maar de thuiszorgmedewerkers vonden dat zij zo hun werk niet goed konden doen. De medewerkster die mij advies vroeg, wilde meebewegen met het echtpaar maar wist niet goed hoe dit aan te pakken. Toen ik adviseerde om een open gesprek aan te gaan, zonder van alles al in te vullen hoe het zou moeten, kwam er vanuit cliënt en mantelzorger zelf een zeer onverwachte oplossing. De thuiszorg kon blijven.


Vraag van mantelzorger
Toen kwam er een vraag van een vrouw die voor haar vader zorgt, samen met haar zus en de thuiszorgmedewerkers. Dochters wonen bij vader en voelen zich heel verantwoordelijk. Er is een zorgplan waar ze helemaal achter staan, maar... de thuiszorgmedewerkers doen het af en toe naar eigen inzicht toch op hun eigen manier. Dochter merkt dat vader zich daar ongemakkelijk bij voelt want hij vraagt steeds vaker aan zijn dochter om de boel klaar te leggen en dingen goed af te spreken met de thuiszorg. In plaats van een verlichting van de zorgen, wordt de thuiszorg een extra zorg.
Ze overwegen een andere thuiszorgorganisatie te nemen, maar het is al de tweede.... Of ik raad weet. Ik luister en luister. Begrijp de situatie van alle kanten. Ik vraag wat vader er eigenlijk van vindt, want ja het ging er toch eigenlijk om dat hij goed verzorgd zou worden. Vader gaat voor de 'lieve vrede'. Hij uit zijn onvrede niet tegenover de thuiszorgmedewerkers, die zeggen: "Meneer is tevreden". Hij uit zijn onvrede wel bij zijn dochters. Ik suggereer dat ze vader kunnen vragen om hen te helpen en zijn mond open te doen naar de thuiszorgmedewerkers. Dat was wel een eye-opener. Ook gaan ze nu een gesprek aan met de leidinggevende van het thuiszorgteam. Ze vroeg me of ik daar bij wilde zijn om te voorkomen dat het zou escaleren door de emoties. Hoe dit afloopt weet ik nog niet.


Relatie met patiënt/cliënt als complicerende factor
Het 'ingewikkelde' van samenwerken met mantelzorgers is de relatie die de mantelzorger heeft met de patiënt of cliënt en het gedrag wat daaruit voortkomt. Als je dat als zorgprofessional kunt zien en erkennen, hoef je al dat 'lastige' gedrag niet meer persoonlijk op te vatten. Dan kun je er 'professioneel' mee om gaan. Dat maakt het iets gemakkelijker om elkaars kwaliteiten te zien en te benutten. Soms is dat niet zo simpel.


Eerdere vergelijkbare verhalen inspireerden mij om samen met Marjo Brouns een Masterclass 'Plezierig samenwerken met Mantelzorgers' te ontwikkelen.