zondag 27 januari 2013

Versterk eigen regie en eigen kracht door taalgebruik

Ik wilde me in het begin geen 'mantelzorger' noemen omdat er voor mij een zweem van 'slachtofferschap' om heen hangt. Korte tijd daarna besloot ik me bewust wél mantelzorger te noemen om te laten zien dat niet alle mantelzorgers 'slachtoffers' zijn. Daar begon mijn onderzoek naar wat 'slachtoffers' tot slachtoffer maakt en hoe je mensen juist kunt versterken. Ik ontdekte dat woordgebruik en intonatie daarin zeer bepalend zijn.

Toonzetting
Het antwoord op de vraag: "Jij hebt het wel zwaar hè?" ligt voor de hand. Je moet van goede huize komen om dan te antwoorden dat je het helemaal niet zwaar vindt en er juist veel plezier in hebt. Bevestiging van zwaarte ligt meer voor de hand. Vervolgens vertelt de vraagsteller aan anderen dat je het toch wel heel erg zwaar hebt en voor je het weet zit je in een sfeer, mindset, waarin ontkenning van 'zwaarte' bijna onmogelijk is. Als je een volgende keer vertelt dat je zo geniet van de tijd die je met je zieke moeder doorbrengt vanwege de verdieping in jullie relatie, past dat niet meer in het referentiekader van: 'ze heeft het zwaar'. Mensen weten niet meer of ze je nog kunnen geloven. Het duurt niet lang meer of je vertelt alleen nog maar over de moeilijke momenten. En door die aandacht op het 'zware' wordt het ook steeds zwaarder. Je verliest de positieve aspecten uit het oog. ... Totdat er iemand komt die je de vraag stelt: "Wat vind je mooi in de zorg voor je moeder?".  Je ogen gaan weer stralen en je vertelt blij hoe jullie relatie zich verdiept en je je moeder leert kennen van een heel andere kant. Als je na zo'n vraag de deur uitstapt hoor je buiten de vogels weer fluiten, je krijgt er energie van. Hoezo zwaar?
Zo subtiel werkt het. Wat dacht je van de impact van een kop: "Mantelzorgers overbelast"?

Wat geeft kracht?
Ik zal niet ontkennen dat vele mantelzorgers het zwaar hebben en af en toe aan het eind van hun Latijn zijn.
Voor mij is het de vraag waar je in zo'n situatie mee bent geholpen, of... wat kan voorkomen dat het allemaal teveel wordt. Dan durf ik te beweren dat het al helpt om ook naar de positieve kanten van de zaak te kijken. Dat dat energie geeft die het beter mogelijk maakt om de zware momenten aan te kunnen, die meer ruimte geeft om oplossingen te bedenken. Het geeft meer ruimte om de regie te houden en om als mantelzorger ook goed voor jezelf te zorgen!
Zelf heb ik het er af en toe moeilijk mee dat mijn agenda totaal dreigt te worden beheerst door de agenda van mijn partner Wim. Ik heb het af en toe nodig even helemaal 'niets' te moeten, om mijn eigen ding te kunnen doen. Ik moet hier voortdurend alert op zijn en dat lukt me goed als ik energie genoeg heb. Soms ben ik dat ook even kwijt en dan laat ik mijn agenda weer bepalen door Wim en raak ik in een negatieve sfeer. Als iemand mij op zo'n moment zegt: "Wat zie je er moe uit, het is ook niet gemakkelijk hè?", zal ik dat ontkennen. Ik zal niets zeggen, of zeggen dat ik een nachtje slecht geslapen heb, maar dat het verder goed met me gaat. Maar als iemand mij zou zeggen: "Wat zie je er moe uit, hoe komt dat?" gebeurt er al iets anders... Ik ga bij mezelf na hoe het komt. De vraagsteller nodigt me uit om inzicht te krijgen in mijn eigen situatie. Zo kwam ik er op die manier achter dat ik Wim af en toe ook moet vragen om mij te helpen, om mij de ruimte te geven de dingen op mijn manier en in mijn tempo te doen in plaats van de zijne. Ik kreeg weer zicht op wat ik zélf kon doen om de situatie te veranderen. Alleen het stellen van de vraag lucht al heel erg op.

Waarom spreken we niet juist die kracht in mensen aan, maar versterken eerder de 'zwakte'? Volgens mij zijn vooral vrouwen hier goed in, uit een behoefte om de ander te helpen. Als die ander zichzelf wel kan redden, ben jij als helper niet nodig.... denk je. Maar hoe anders wordt het als iemand echt kan vertellen hoe het is, waar ie plezier in heeft, waar ie moeite mee heeft? En als je dan de vraag stelt: "Kan ik je nog ergens mee helpen?". Wedden dat er dan wel degelijk een hulpvraag komt, maar dan één die bijdraagt aan de versterking van de persoon van binnenuit? Versterking van de Eigen Kracht. Al was het alleen maar vanwege het feit dat de persoon zelf de vraag stelt en daarmee zelf de regie neemt.

Hoe spreek je de eigen kracht aan?
Het is dus de kunst om de juiste taal te spreken om het oplossend vermogen, de eigen kracht in iemand aan te spreken. Tijdens de opleiding Hypnotherapie die ik 10 jaar geleden volgde, maakte ik kennis met de Voice Dialogue methode. Deze methode gaat er vanuit dat wij verschillende delen in ons hebben die je allemaal op verschillende wijze kunt aanspreken. Zo is er bijvoorbeeld de criticus die naar voren komt als je zegt: "Hier deugt toch echt helemaal niks van". De criticus zal dat gretig beamen en nog veel meer minpunten aandragen. Of de perfectionist die naar boven komt als er iets te verbeteren valt. En als je zegt hoe erg het is dat iemand maar één maal per maand gedoucht wordt, zal ogenblikkelijk de verzorger in iemand opstaan om te zorgen voor meer douchebeurten. Voor het aanspreken van de eigen kracht in iemand, wat bijdraagt aan het vermogen om zelf de regie te voeren  en zelf met oplossingen te komen voor problemen moet je vooral open vragen stellen. Open vragen, onbevangen, zonder vooroordeel, zonder eigen antwoord op de achtergrond. Dat is niet zo gemakkelijk. Doorvragen en doorvragen. Het effect is een groter inzicht in de eigen situatie en meer zicht op oplossingsmogelijkheden. Je creëert overzicht. En iemand kan pas eigen keuzes maken en eigen regie voeren als ie overzicht heeft.

Meer deskundigheid
Vanuit mijn eigen ervaringen en behoefte hier meer mee te doen ben ik benieuwd of er meer onderzoek is gedaan in de taalkunde of communicatiewetenschappen naar het effect van bepaald taalgebruik op mensen. In bijvoorbeeld NLP, Voice Dialogue, Transactionele Analyse kom ik het wel tegen in therapeutische vorm, maar ik zou het aardig vinden om dit meer toe te passen in het stimuleren van eigen kracht of eigen regie zoals de overheid dat nu van ons verwacht.
Tips? Ik hoor het graag.






zondag 6 januari 2013

Wie stopt de gekte?

Jarenlang heb ik regelmatig gedacht dat ik gek was. Het begon in de tijd dat ik, niet ingenieur, als adviseur werkte bij een ingenieursbureau. Op een goed moment kwam ik aan het eind van mijn salarisschaal en kon niet meer kon doorgroeien wegens gebrek aan ingenieurstitel. Dat ik mijn werk altijd ruim binnen de daarvoor begrote tijd klaar had met tevreden klanten telde niet mee. Ik kreeg te horen dat ik niet een echte adviseur was en dat ik het slechts deed op mijn ‘charme’. Dat voelde zó onrechtvaardig.

Regelmatig kwam het voor dat ik bij een vastgelopen project werd gevraagd om het los te trekken, daar was ik blijkbaar dan weer wel goed genoeg voor. Vaak snapte ik het hele probleem niet… soms was het in mijn ogen té simpel voor woorden. Ze waren vastgedraaid in een bepaalde benadering van het probleem en kwamen er binnen hun vertrouwde denkkader niet meer uit. Op zulke momenten werden mijn kwaliteiten als ‘niet ingenieur’ juist zeer gewaardeerd. Ik snapte vaak niet hoe ze het zover hadden kunnen laten komen.

Andere bril
We bezagen de wereld duidelijk door een andere bril. Op een goed moment voelde ik me zodanig niet begrepen in mijn zienswijze en probleembenadering dat ik daar last van kreeg. Mijn leidinggevende stuurde me naar de bedrijfsarts. Die leidinggevende vond dat ik er eens een tijdje tussenuit moest, terwijl ik dat onzin vond. De bedrijfsarts bevestigde dat ik niet overspannen was en vond dat ik gewoon door kon blijven werken, wat ik ook graag wilde. Toch werd er zodanige druk op me uitgeoefend dat ik aan mezelf ging twijfelen. Ik vroeg me af of ik het allemaal wel goed zag. In de weekends kwam ik dan steeds tot de conclusie dat ik niet gek was en ging maandags weer vrolijk aan het werk. Totdat ik op een maandag al tegen lunchtijd dacht dat ik toch gek was. Ik ging naar mijn huisarts. Ook zij verklaarde dat ik niet ziek was, dat ik eerder in een ‘zieke’ omgeving werkte. Dat is inmiddels jaren geleden.

Ook toen ik daar weg was heb ik nog regelmatig gedacht dat ik ‘gek’ was vanwege mijn ‘dwarse kijk’ op de dingen. Het idee ‘gek’ te zijn, hield op toen iemand me drie jaar geleden adviseerde om eens kennis te maken met de Eigen krachtcentrale. Ik bezocht een kennismakingsbijeenkomst waarin ze hun maatschappijbeeld uitlegden en de manier om de eigen kracht in mensen te stimuleren, volgens een methodiek van de Maori’s in Nieuw Zeeland. Het voelde voor mij als thuiskomen, dit was hoe ik het al die jaren ook al zag. Mensen helpen zelf hun oplossingen te bedenken in plaats van oplossingen aan te reiken. Dat was het verschil tussen mijn ‘charme’ advies en het ingenieursadvies. Eindelijk wist ik het… ik ben niet gek als ik de dingen anders benader dan mijn omgeving.

Gevaar van kokervisie of 'groupthink'
Dan zie ik op 1 januari in het TV programma ‘Tegenlicht’ hoe Joris Luyendijk de gekte van de bankensector blootlegt. Daar is ook sprake van een eenzijdige ‘kokervisie’ waarbij de boel vastdraait in die ene cijfermatige benadering van de werkelijkheid. Deze keer draai ik het om… niet ik ben gek omdat ik het niet begrijp, maar zij zijn gek in hun benadering van de werkelijkheid.

En dan lees ik op 5 januari in NRC over de fusiedrang van ziekenhuizen terwijl we al de grootste ziekenhuizen van de wereld hebben en er is aangetoond dat schaalvergroting geen betere zorg geeft of geld bespaart. Citaat: ’De gedachte is dat bundeling van specialistische kennis doorgaans tot hogere kwaliteit leidt. In de praktijk is dit vaak een argument voor ziekenhuizen om samen te gaan’. Men gebruikt dus gewoon dát argument wat past bij de eigen visie. Hét recept voor vastdraaien!

Wie stopt de gekte?