donderdag 20 januari 2011

Hoe zwaar is partnerzorg?

'Cora, jij zorgt voor je gehandicapte partner. Dat is vast heel zwaar'. Met die vraag overviel Arie Boomsma me in het KRO TV programma 'In de schaduw van het Nieuws' waar ik zaterdag 15 januari als tafelgast live mocht meedoen. 'Nee', antwoordde ik heel stellig, 'het is niet zwaar!'.Dat antwoord hield me achteraf erg bezig. Waarom vind ik het niet zwaar om voor Wim te zorgen?

Live en snel
Op maandagochtend werd ik gebeld door iemand van de redactie van het programma. Na een lang gesprek vroeg ze of ik zaterdag als tafelgast aan het programma wilde deelnemen. En donderdag zat ik met een redactrice hier thuis van alles over mijn leven met Wim door te nemen.
Zaterdagavond ging ik met mijn kinderen naar Amsterdam vanwaar het programma werd uitgezonden. Het gesprek ging razendsnel en ik was helemaal verbaasd toen Arie de kijkers toesprak dat het programma was afgelopen. Wat zijn 40 minuten maar kort.

'Zorgen voor' als verrijking
Thuisgekomen had Wim zijn spanning voor het programma op zijn manier verwerkt. Hij wil dan dingen doen en regelen. Maar omdat hij dat niet allemaal meer zelf kan, had hij in dit geval mij daarbij nodig. Hij vroeg mij of ik dat meteen nog maar even wilde gaan doen. Mijn hoofd stond daar totaal niet naar. We hadden een behoorlijke aanvaring en ik voelde me verdrietig.
De volgende ochtend was dat er nog steeds. Ik vertelde Wim waarom ik nog steeds zo verdrietig was. We hadden een verhelderend gesprek. En toen opeens kwam ik tot het inzicht waarom ik mijn zorg voor Wim niet als zwaar ervaar.... ik geef me over aan de situatie waar we ons in bevinden.
Dat betekent dus niet dat alles vanzelf gaat. Juist helemaal niet. Het betekent dat ook goed voor mezelf moet zorgen.
En dat is wat de hele situatie zo waardevol maakt. Door Wim serieus te blijven nemen als mens en partner, en me niet zomaar te voegen naar het reduceren van zijn gevoel van 'machteloosheid', versterken wij elkaar.
Ik leer beter op te komen voor mezelf en hij leert op een andere manier om te gaan met zijn gevoel van 'machteloosheid'. Op zo'n manier kan 'zorgen voor' een verrijking zijn. Maar je moet er wel wat voor doen.

woensdag 5 januari 2011

In de toekomst bestaat de zorgsector niet meer!

Nu iedereen zich afvraagt hoe we de zorg toch betaalbaar moeten houden, en waar we al die zorgmedewerkers vandaan moeten halen, heb ik zo eens mijn gedachten laten gaan over de samenleving van mijn dromen... een samenleving zonder zorgsector.

In de toekomst richten we ons niet meer op onze kwaaltjes en andere tekortkomingen. We richten ons op wat we wél kunnen en op ontwikkeling van onze soms onvermoede capaciteiten. Door die verandering van focus voelen we ons veel vitaler en prettiger. De verzuringsziektes en stresskwalen verdwijnen als sneeuw voor de zon.

Contacten en kennis overal
Ook al zijn we niet meer zo mobiel, via ons beeldscherm hebben we contact met de hele wereld. We laten ons inspireren door anderen en we vinden mensen die we met ónze eigenaardigheden kunnen verblijden. Soms trekken we een tijdje, al dan niet virtueel, met elkaar op, maar als het klaar is gaan we ook even vrolijk weer verder op onze eigen weg. Op deze wijze vullen we elkaars tekortkomingen aan. We helpen elkaar een handje als het nodig is. Ook voorzien we elkaar van de nodige informatie, of we helpen elkaar dat te vinden wat nodig is om verder te komen. Vakterminologie wordt nog nauwelijks gebruikt, want kennis zit overal.
Ziektes als griep, verkoudheid etc. zieken we gewoon lekker uit. We laten via twitter weten dat we in bed liggen en de buren komen vragen of we iets nodig hebben. We hebben alle tijd van de wereld voor onze passies en voor elkaar omdat we niet meer bezig zijn met controleren, beheersen, invullen of verwerken van formulieren, of het verzinnen hoe we het nog beter kunnen organiseren om mensen te laten doen wat wij vinden dat ze moeten doen. Omdat mensen hun passie leven, gaat alles vanzelf. Er ontstaat een hele nieuwe economie. De economie van beloning van liefdevol handelen.

Leven vanuit compassie
We eten puur en eerlijk en nauwelijks nog vlees. We hebben weer alle tijd om ons eten te verzamelen en te bereiden. We doen dat meteen voor de andere mensen in onze community, ieder heeft zo op basis van zijn capaciteit en passie een eigen rol daarin.
Sterven hoort bij het leven, we zijn er ook niet meer bang voor. Dus nodeloos rekken van mensenlevens is niet meer aan de orde. Toch worden we ouder omdat vele z.g. welvaartsziektes niet meer bestaan. Alleen voor echte technische ingrepen gaan we nog naar een speciaal behandelcentrum. We geven op een soort van ‘zorgspot.nu’ (zie www.werkspot.nl) aan wat we nodig hebben, en we maken zelf een keuze voor degene die ons het best kan helpen. De ruwe diagnose hebben we zelf al gesteld via een zelftest of via een deskundige, die we vroeger de huisarts noemden. Via een onderhuidse chip worden basiswaarden als bloeddruk, hartslag en temperatuur, automatische geregistreerd. Ook staat daar onze hele medische geschiedenis op. Via een code kunnen we degene die we vragen ons te helpen toegang geven tot deze informatie. Dat kan zelfs op afstand worden gelezen zodat diegene zich optimaal kan voorbereiden op de behandeling.

Met elkaar
Die behandeling betalen we uit een gemeenschappelijk fonds met buurtgenoten. Omdat we dat met elkaar beheren worden we ook beloond om elkaar te helpen en het is een hobby om de kosten zo laag mogelijk te houden. Voor hele speciale situaties is er een speciaal potje waar bedrijven een gedeelte van hun winst in storten. Ze zien dat als maatschappelijke verantwoordelijkheid. Maar eigenlijk is iedereen er op uit om zo min mogelijk van dergelijke potjes gebruik te hoeven maken, want we vinden het leuker om het met elkaar gewoon te regelen. Dat geeft veel voldoening.

Want ‘met voldoening samen leven’….. dat is waar wij voor gaan.