zaterdag 29 mei 2010

Web 2.0 en mijn mantelzorgidee

Afgelopen week hadden we als geselecteerden voor de Nat. Zorgvernieuwingsprijsvraag een atelierronde om onze ideeen verder aan te scherpen en te verbeteren. Het atelier bestond uit twee workshops en twee speeddates. En... het werd er voor mij zeker scherper van. Met zoveel creatieve mensen in gesprek, lastige vragen beantwoorden.... dat leidt tot diep nadenken en ingevingen over wat er anders moet.
Ik ga mijn doelgroep verkleinen. Ik richt me nu op partners van mensen die ziek of gehandicapt zijn. Mensen zoals ik zelf. Mét en vóór hen wil ik een netwerk van internetcoaches opzetten.
Het woord mantelzorg ga ik vermijden. We richten ons op een doelgroep die zich liever niet zo noemt vanwege de associatie met hulpbehoevendheid. Wij gaan uit van het versterken van de eigen kracht. Daar hoort een taalgebruik bij dat uitgaat van kracht in plaats van slachtofferschap.
Bovendien ga ik nog eens goed na wat de verdere mogelijkheden voor gebruik van web 2.0 zijn om met deze groep een versterkend netwerk op te bouwen. Ik zit net in een online leertraject daarvoor en merk dat de mogelijkheden onbeperkt zijn. Nog een hele uitdaging!

donderdag 13 mei 2010

Cadeautje

Deze week een dip en een top in mijn schrijfperikelen.
De uitgever had mijn manuscript doorgestuurd aan een redacteur voor een eerste indruk. Hij stuurde mij haar opmerkingen. Haar belangrijkste opmerking: de ondertoon was té negatief.
Ik moet zeggen... daar was ik een dag van van slag. Ik krijg juist vaak terug dat ik alles wat negatief is, toch positief weet te zien. Wim noemt me daarom soms te goedgelovig. Dus ja... ik begreep niets van die opmerking, kon er ook niks mee. Maar wat nu?
Dan komt er de volgende avond onverwacht een vrouw langs mijn raam lopen. Ze komt voor de levensverhalen in mijn Hooiberg, maar ze is de enige die avond. Dus nodig ik haar uit voor een kop koffie aan mijn keukentafel.
We hebben ogenblikkelijk een klik. Zij blijkt schrijver/journalist. Ik vertel haar over mijn boek en de ervaring met de redacteur. En voor ik het weet vraag ik haar of ze naar mijn manuscript wil kijken.
Als ze weg is heb ik een mail van de uitgever: "Ik ga voor je op zoek naar een andere redacteur".
En dan mail ik hem over mijn kennismaking die avond en vraag hem wat hij er van vindt om haar te vragen. "Doen!" is zijn antwoord. En tegelijk is er een mail van mijn bezoek:"Het was een heel bijzondere avond, ik wil graag je manuscript lezen". En voor ik het weet is er opeens iemand die me weer verder kan helpen.
Zomaar uit de lucht komen vallen.
Heerlijk zo'n cadeautje. Ik slaap nu weer stukken beter.